De dag dat ik een man werd

Eerder het jaar kwam ik glansrijk door de keuring. Vandaag was de dag dat ik definitief mijn puberjaren achter me liet.

Met een volle sporttas kleding stapte ik in de trein voor een 3,5 uur durende reis van Groningen naar Eindhoven. Ik had geen idee wat me allemaal te wachten stond, ik volgde braaf de aanwijzingen op de brief die ik ontvangen had.
Tegen het middaguur arriveerde ik op het Eindhovense station. Er stonden meerdere legervrachtwagens op de parkeerplaats klaar, hierin werd ik (en een heleboel andere jongens) achterin naar de Generaal-Majoor de Ruyter van Steveninck kazerne gebracht.

We werden welkom geheten door ‘onze’ kapitein en we kregen even later een kamer toegewezen. Ik leerde dat onze groep vanaf dat moment ‘een batterij’ heette. Deze batterij werd verdeeld in 2 groepen, A en B. Ik zat in de B-groep, op de bovenetage van ‘ons’ gebouw. Ik deelde de kamer met een jongen uit Hoogezand, een jongen uit Leiden en eentje uit Utrecht.
De rest van de dag kregen we de mogelijkheid om elkaar en de kazerne te leren kennen. Het was eigenlijk wel een relaxed sfeertje, het voelde als een vakantiekamp. Wist ik veel dat de volgende dag de hel en de zwaarste week van mijn leven zou beginnen.

Om 8 uur stonden we buiten om naar de foerier te gaan. Hier kregen we een plunjebaal met legerspullen. Deze legerspullen horen in je kast en wel op een georganiseerde manier, doceerde een legergozer ons. Ik had mijn kast al gevuld met mijn eigen kleren dus de legerkleding propte ik ergens onderin. De legergozer was hier niet van gediend, gooide mijn kast om en schreeuwde dat ik het opnieuw moest doen. WTF joh?!  Waar is de vriendelijkheid van gisteren gebleven?

In de middag werden we geacht vol bepakt klaar te staan. De kapitein vertelde dat we op oefening gingen. Op de Oirschotse heide. Ik had geen idee wat het allemaal inhield en wat ons allemaal te wachten stond. Ik wist wel dat na het akkefietje van die ochtend ik er met pest in m’n lijf stond.
Vanaf het moment dat ons tentje stond en het kamp opgetuigd was, was wandelen uit den boze. Alles moest in looppas.
Vanaf het moment dat ons tentje stond en het kamp opgetuigd was, was normaal eten uit den boze. Alles moest je zelf klaarmaken.
Vanaf het moment dat ons tentje stond en het kamp opgetuigd was, was slapen uit den boze. Je kreeg rustmomenten.
Ik had er na twee dagen schijtgenoeg van en ben op de kapitein afgestapt. “Wil je goede soldaten krijgen, moet je ze voldoende laten rusten en goed laten eten.”, opperde ik. Ook de kapitein was een stuk minder vriendelijk dan de dag ervoor. Vanaf dat moment was looppas voor mij uit den boze, ik moest alles tijgeren.
Bloedhitte overdag, frisse nachten, zand, oefeningen, graven, bouwen, van dinsdagmiddag tot vrijdagmiddag werden we beziggehouden. Al zeg ik liever onderdrukt.

Man, wat heb ik afgezien die week!

Vrijdagmiddag mochten we voor het weekend naar huis. Kapotmoe, uitgemergeld en met m’n voeten onder de blaren kwam ik ’s avonds laat thuis.

Maandag 4 september 1989 is de dag dat ik een man werd. Vandaag 29 jaar geleden.

(op de foto zie je me links onderuit liggend)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s